In de puberteit vinden allerlei ontwikkelingen in de hersenen plaats. De hersenen moeten zich nog meer ontwikkelen dan vroeger gedacht. Pubers hebben daardoor soms moeite met concentreren en weloverwogen keuzes maken.
Ook het lichaam van pubers ontwikkelt zich onder invloed van hormonen in de richting van volwassenheid. En dat gebeurt niet bij iedereen op dezelfde leeftijd. Pubers krijgen seksuele gevoelens en gaan zich anders gedragen.
Al deze veranderingen hebben gevolgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van je kind. De leeftijd waarop je kind in de puberteit komt, kan nogal verschillen. Meisjes beginnen eerder met een snelle groei dan jongens.
Pubers groeien toe naar zelfstandigheid. Ze zijn heel erg met zichzelf bezig en gaan ontdekken wie ze zijn: ze ontwikkelen hun eigen identiteit. Een puber kijkt kritisch naar zichzelf: wat kan ik, hoe zie ik eruit? Hij is daar onzeker over en daardoor is hij ook kwetsbaar.
Pubers gaan zich losmaken van hun ouders.
Kinderen in de puberteit hebben vaak last van stemmingswisselingen, ze kunnen op het ene moment de slappe lach hebben en een half uur later erg chagrijnig zijn. Ze willen op deze leeftijd graag nieuwe dingen uitproberen en onafhankelijker worden. Daardoor lopen ze nogal eens tegen de grenzen op die je als ouders aan hen stelt. Pubers hebben als het ware een natuurlijke drang om in te gaan tegen gezag. Ze willen op hun eigen manier leven, maar komen daarin met ouders en leraren in conflict.
Het is belangrijk om je kind aan te moedigen om zich onafhankelijk te gedragen en zelf initiatieven te nemen. Conflicten horen er vaak ook bij. Het is goed dat je grenzen blijft stellen. Maar vooral open praten met je kind is in deze fase nodig.