Voor een wetenschappelijke studie is als basis een VWO-diploma nodig, Atheneum of Gymnasium. Naar het HBO kun je met een HAVO- of MBO-diploma op niveau 4. Ben je 21 jaar of ouder, dan kun je een toelatingstest doen voor HBO of universiteit. Met één jaar HBO en de propedeuse, kun je ook aan een wetenschappelijke opleiding beginnen. De studiekeuze voor het hoger onderwijs hangt af van het gekozen profiel in het voortgezet onderwijs.
Een voltijdopleiding in het HBO duurt vier jaar en leidt op tot bachelor. Sommige opleidingen zijn in deeltijd mogelijk, dan duurt de studie vaak langer. Tijdens de meeste HBO-opleidingen volg je een stage als voorbereiding op je latere werk. Veel hogescholen bieden algemene studierichtingen, bijvoorbeeld Economie, Rechten en talen. Sommige zijn juist gespecialiseerd in een bepaald vakgebied.
Universiteiten bieden wetenschappelijk onderwijs aan. De eerste drie jaren volg je een bacheloropleiding, daarna kun je doorstromen naar een tweejarige masteropleiding. De meeste universiteiten hebben een ruim pakket aan studierichtingen. Sommige richten zich op een bepaald vakgebied, zoals landbouw of techniek. Wetenschappelijk onderwijs heb je nodig om zelfstandig onderzoek te kunnen doen of als wetenschapper vraagstukken te kunnen oplossen. Een voltijdstudie aan een universiteit duurt meestal 4 tot 6 jaar. Je kunt bij sommige opleidingen ook studeren in deeltijd of in combinatie met werk.
Tijdens open dagen krijg je een indruk van een school of universiteit en de aangeboden opleidingen. Vind je het moeilijk om te kiezen, dan kun je de decaan op de middelbare school vragen om advies.